In de Maxi-Cosi-stand

"Tja, bij ons zitten ze nou eenmaal in de Maxi-Cosi-stand ..." Het floepte er zomaar uit, bij een team leidinggevenden. Ik was meteen aan. Zoals ik in de maand december wel vaker aan ga, omdat het traditiegetrouw een goudmijn voor mij is. Ik kom, meer dan in andere maanden, veel verzuchtingen tegen van adviseurs en van opdrachtgevers. Diep verlangen. Of grote frustratie. Dat het in het nieuwe jaar nou eens echt anders moet met die … En dan volgen de gewenste veranderingen van chronische verschijnselen. En de langgekoesterde dromen die maar niet werkelijkheid worden. Met de meest fantastische termen, die ik nooit meer vergeet. Zoals die Maxi-Cosi-stand.

Ik ga ook meteen aan van de wrevel over ‘de tamme kastanjes in mijn MT’. Ik heb dan meteen beeld en ik vermoed jij ook. Van de term ‘gastarbeidercultuur’ ook trouwens, in een organisatie waar het gewone werk structureel gedaan wordt door een leger externen. Omdat de mensen in loondienst hun handen vol hebben aan klankbordgroepen, denktanks, taskforces, stuurgroepen, kernteams en nog wat. En ik ga ook aan van het verlangen om change-goeroes te worden, in plaats van procesbegeleiders, in een organisatie die piept en kraakt onder alle veranderingen.

Behalve dat ik nou eenmaal erg van taal houd, en dus ook van dit soort woorden, ben ik om een andere reden ook enorm voorstander van dit soort ‘gênante’ termen. Ze doen iets heel belangrijks, als je verandering wilt. Ze zorgen voor brandstof om in beweging te komen. Omdat het emotionele termen zijn die raken. Ze zorgen voor ‘ohhhh jaaaaaa’. Of voor ‘getver’. Zoals die Maxi-Cosi-stand. Of het duizend-dingen-doekje, mijn favoriete metafoor voor de stand waarin veel HR-adviseurs tot hun grote afschuw verkeren. Vies ja, dat zeker. Nog net iets viezer dan het afvoerputje dat veel stafafdelingen zich voelen.

Het helpt echt, die termen als de ‘kom-er-maar-bij-show’ in organisaties waar iedereen overal over mag meepraten en meedenken en meedoen. Of die ‘zieke-zeehonden-crèche’ voor de afdeling waar mensen geparkeerd worden die gered moeten worden als het ze ergens anders in de organisatie niet lukt, inclusief eigen Lenie ’t Hart als leidinggevende.

Trouwens: ik bedenk ze niet zelf hè, deze termen zijn er al in organisaties. Ze komen vaak terloops langs. Waar je niet alleen een beetje buikpijn of ongepast de slappe lach van kunt krijgen - en in mijn geval inspiratie voor een jaar - maar die ook gouden aanwijsstokken zijn voor de organisatiecultuur. En een open deur voor cultuurverandering.

Wil jij nou als adviseur het nieuwe jaar met een lekker perspectief beginnen, kijk dan eens naar mijn systemische master. Speciaal voor adviseurs ja. Jij met je niet-hiërarchische positie in een organisatie, met een veranderopdracht. Of je nou HRBP bent, of externe procesbegeleider of beleidsadviseur of strategisch organisatieontwikkelaar of teamcoach of L&O'er of diversity-officer of kwartiermaker of nog iets anders: je bent mijn lievelings, ook in 2023. Die master is vooral speciaal voor jou, als je bijvoorbeeld - net als een van de vorige deelnemers - voorgoed af wilt van die 'animeer-meisjes-opdrachten'. Of als je een moord doet voor die 'serieuze gesprekspartner voor de business' zijn, wat steeds niet lukt omdat die business zo verknocht lijkt aan duizenddingendoekjes. Omdat je er soms niet van slaapt hoeveel mensen er op omvallen staan in de opdrachten die jij hebt en het niemand wat lijkt uit te maken.

Kom die gouden aanwijsstokken voor cultuur leren herkennen. Dan kun je ook meteen elke organisatie helpen speuren naar de die open deur die erin verstopt zit. En de oplossing vinden voor die zeehondencrèche (inclusief Lenie), die gastarbeiderscultuur en dat duizenddingendoekje. Want die is er. Net als voor die irritante tamme kastanjes of die Maxi-Cosi-stand. En daar heb jij dan verstand van. Woest aantrekkelijk word je daarvan.

Schrijf je gauw in voor de laatste plekken van de master die in maart begint!

Reactie plaatsen