Ik ga op vakantie en ik neem niet mee ... ehhh

Ik heb al jaren de gewoonte om voor de vakantie mijn bril thuis te laten.
Mijn systeembril wel te verstaan.
Waarmee ik altijd en overal patronen zie.

En cultuurdingetjes. 

Ik neem er vakantie van, voor mijn eigen gezondheid. En voor mijn kinderen, als die meegaan. Want natuurlijk ligt het aan mijn laser-ogen (en -oren) dat ik overal en nergens gekke cultuurfratsen en bizarre patronen zie. Dat een tankstation langs de route du soleil een walhalla is om familiecultuurdingetjes te spotten. Leuk voor de inspiratie, maar verder een teken van mijn verschrikkelijke beroepsdeformatie.

Jaren geleden kondigde ik al aan: ik laat mijn bril thuis. En er wordt niet opgevoed in de vakantie. Mijn kinderen maakten daar destijds acuut een traditie van. Zoals zij al heel lang van alles wat ze leuk vinden onmiddellijk een traditie maken. 

Wat gek genoeg bijzonder vaak te maken heeft met eten.

Zelfgemaakte tomatensoep en pannenkoeken met spek op de eerste middag op Vlieland.
Gevulde koek op de boot op de heenweg en friet op de terugweg.
Vakantie inluiden met uit eten; vakantie afsluiten met uit eten.
Ieder een zak snoep van Kruidvat, zelf geschept, voor in de auto naar ver weg. Die zakken eindigden meestal op de hoedenplank in de zon, gesmolten en aan elkaar gekoekt.
In de auto voor onderweg witte bolletjes met dik Nutella voor op de volle parkeerplaatsen. Op je kop onder uit de tas in de achterbak zoute stengels en Bastognekoeken opdiepen (nee, niet even stoppen). Blikjes Fanta terwijl we nooit Fanta drinken. 

En altijd langs McDonalds op de terugweg in Nederland.

De helft van die tradities past niet meer. McDonalds is vies. En Fanta ook. Spekpannenkoeken passen niet bij vegetariërs. En snoep niet bij zes keer per week sporten. Van Nutella krijg je pukkels, en er schijnt nog iets anders ongezonds in te zitten. 

Toch doen we het, als we met elkaar op reis gaan.
Zo doen wij dat, dat zijn onze manieren. Dat zijn onze cultuurdingetjes.

Net als ruziemaken op dag 5. En goede ideeën over 'een tochtje' die steevast stuklopen op creditcard die het niet doet, openingstijden die we hebben gemist, file op een berg, verkeerd schoeisel of ongeschikt weer.

Mijn kinderen zijn inmiddels 24 en 26. Die gaan vaker niet mee dan wel. Maar als ze wel meegaan, dan verschijnt nog steeds vakantiebingo; ook zo'n overblijfsel van mijn indoctrinatie met cultuurdingetjes. 

Speciaal voor onze leuke en minder leuke cultuurfratsen die wij stug herhalen. En voor onze eigen lol staan daar ook cultuurdingetjes van andere families onderweg op: vijf man die geen woord tegen elkaar zeggen tijdens het diner, Nederlandse pubers die hun ouders uitkafferen op een buitenlands plein of gezinsleden die keihard naar elkaar roepen in een buitenlandse supermarkt over de idioot dure/goedkope Hero appelmoes.

En met stip op 1 op deze vakantiebingo: 'als je NU niet stopt met zeuren, dan gaan we morgen weer naar huis!'-dreigementen.

Waarom dat cultuurdingetjes zijn? Omdat niemand in dat specifieke gezin er ook maar een wenkbrauw over optrekt. Gewoon twee uren samen zwijgen en niks uitwisselen. Gewoon je laten uitkafferen door je 15-jarige dochter en dan sussen 'voor de sfeer'. Gewoon de 'naar-huis'-dreigementen van je oververmoeide moeder langs je heen laten gaan. Gewoon keihard de prijzen van appelmoes roepen door een Hypermarché. 

Heel gewoon. 

Terwijl de rest zich ergert, verbaast of er plezier aan beleeft.

Zo gaat dat met cultuurdingetjes. Met 'rare' cultuurfratsen. En natuurlijk, natúúrlijk, herhalen patronen zich op vakantie. Dat is heel normaal, heel voorspelbaar. 

Doe dus gewoon bingo, met lange tanden voor mijn part. Zeg vergenoegd, chagrijnig of beschaamd: ja, zo doen wij dat.

Na de zomer maar weer die andere cultuurdingetjes, in organisaties. Die heus niet weg zijn na de vakantie. Die ook heel normaal en heel voorspelbaar zijn. En overigens echt uit de vloerbedekking kunnen, als dat moet.

De komende weken ga ik mijn bril afzetten. Mijn cultuurdingetjes-ogen en -oren dichtstoppen.

Dag 1 van de vakantie is voor mij alleen het klassieke startschot van allerlei fantastische ideeën en geweldige projecten. Alsof die ideeën als ongeduldige kinderen achter het raam hebben staan wachten totdat het schoolplein leeg is en nu als een uitgelaten meute met veel kabaal dat lege plein bestormen.

Echt goed voor een vakantie-modus met een brein in ruste.

Not.

Mijn eigenste cultuurdingetjes, ik weet het. Als ik die fantastische ideeën gewoon voorbij laat trekken, met 'ja, zo doe ik dat' (in plaats van een domeinnaam te registreren voor een nieuw boek en me per direct aan te melden voor afgekeurde hulphond Merel), dan komt die vakantiemodus wel.

Fijne zomer!

p.s. Mijn laatste boek Vaart in verandering schijnt trouwens niet slecht voor de zomermaanden te zijn. 'Ideaal leesvoer voor de vakantie, in één ruk uit,' appte gisteren een lezer.
Ideetje?